Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zich in » bekentenis en leven als ongeloovigen aanstellen."

Voorts, dat men op de kerkeraadsvergaderingen op zeer vele plaatsen met dezulken, die men naar Gods Woord en de belgdenis uitsluiten moest, de heilige belangen der gemeente gaat behandelen en móet gaan behandelen.

Dat men op de Classikale vergaderingen zitting geeft en geven moet ook aan maar waartoe meer.

Waar zouden we eindigen, indien alles moest worden aangegeven, wat kan aangegeven worden, om aan te toonen dat we in de Herv. Kerk God niet kunnen dienen naar Zijn woord en de geloofsbelijdenis der gereformeerde kerk. Mij dunkt, genoeg om van meê- en tegenstanders de toestemming te ontvangen, dat wij dit niet kunnen. En waar we dat niet kunnen, mogen we zijn noch blijven, dewgl we aan God geen ure gehoorzaamheid ontzeggen mogen; Hem moeten we gehoorzamen, al was het, belijdt en gelooft de kerk, dat de magistraten en placaten der prinsen daartegen waren; ja, al was de doodstraf daaraan verbonden. (Art. 28). Hiermee is dus de vraag: of het toaar is, dat »ook de gescheiden broeders hadden moeten blgven," beantwoord, en, naar het mg voorkomt, beslist.

Tenzij onze herv. broeders ons kunnen bewijzen uij Gods Woord, en onze herv. gereformeerde broeders daarenboven uit de belgdenis der gereformeerde kerk, die ook ten dezen, — hoe kan het anders dewgl zij in een tijd van > afscheiding" opgesteld is — haar geloof uitspreekt, aangaande hetgeen de Heere van ons verlangt en ieder lid der kerk verplicht is, we herhalen het tenzij genoemde broeders ons bewijzen kunnen, dat men met Gods uitdrukkelijke geboden en heilige inzettingen ook handelen mag naar omstandigheden.

Tegenover de aangegeven, uitdrukkelijke bevelen des Heeren zullen de broeders dan wel zoo goed zgn even duidelijke uitspraken te stellen.

Ik zeg en vraag dit, omdat goede schriftkenners mg aanstonds zullen toestemmen dat, zoowel in de H. Schrift,

Sluiten