Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods met de afgoden ? Want gij zijt de tempel des leven den Gods, gelijkerwijs God gezegd hééft: >Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zgn. Daarom, gaat uit het midden van hen, en scheidt U af."

De H. Geest paste dit zóo op het onderhavige geval, op de zaak in quaestie toe, dat langer en meer te vragen, wat God ten dezen wilde, hèm onmógelijk, hem tot zónde voor God werd.

Tot weer en nog weer te vragen was anders alle aanleiding. Een broeder naar het vleesch en naar den geest die in elk opzicht de oudere was en met hem op éene plaats woonde, was de eenige aan wien hij mededeelde wat in het hart omging en voor den Heere volkomen duidelijk was geworden. Deze nu zou, wat natuurlijk ook Dr. Kuyper blijkens zijn eigen schrijven tegenover Docent Wielinga zou moeten, en ook nog al voor de hand ligt, deze zou, wanneer hij het aan hem breedvoerig medegedeelde, had beaamd, zijn eigen standpunt verloren en mitsdien het > blijven" óok hebben moeten opgeven. En dewgl daaraan geen denken was, kwamen zooals een ieder begrijpen zal, de tegenwerpingen in menigte. Op een goudschaaltje woog de oudere en meergeoefende al de ontvangen mededeelingen.

En daar »blgven" naar menschelgke berekening destijds ook voor den jongere in ieder opzicht gewenscht was, brachten de tegenwerpingen hem des te eer voor 's Heeren aangezicht; doch om daar gedurig weer en meer de overtuiging te ontvangen dat Gods weg en wil anders was dan de oudere meende. Dit nu geschiedde zoo lang tot de Heere met krackdf sprak: »Ik zal u raadgeven en Mijn oog zal op u zijn."

Hierop sloeg de oudere, die keunelgk bevreesd werd dat hij in, zijn liefdevollen ijver den Heere wel eens zou kunnen. tegenstaan, voor, om er niet meer over te spreken.

Zulks geschiedde, althans een zeer geruimen tijd. >Dus, nu de oudere hem losliet, deed hij zoo spoedig

Sluiten