Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Coccejus, Hoogleeraar te Leiden verklaart, »dat God door dit wonder (n. 1. de gave der talen) belooft, dat Hij, in plaats van 'tgeen Hij dusver gedaan had, in de, den meesten onbekende, Hebreeuwsche taal de wereld toe te spreken, nu met alle, hoe ook verschillende volken zou spreken, zoodat Hij door hen verstaan kon worden," — Zóó toonde men te begrijpen, wat de Heer wilde. En, waar het vooral op aankomt, men bragt het ook in practijk.

In de eerste eeuwen werd het EvaDgelie verkondigd in de taal van ieder volk. Als de predikers die taal niet kenden, dan leerden zij haar aan. Spoedig werd het Evangelie gepredikt en de Bijbel vertolkt in 't Syrisch, Latijn, Egyptisch, Ethiopisch, Armenisch en in veel meer andere talen. Onder anderen weten wij, dat de Bisschop ulfilas in de IVe eeuw den Bijbel overgebragl en het Evangelie verkondigde in de taal der Gothen, een Duitschen stam; — dat willebrord en bonifacius in de VII" en VIIIC eeuw aan onze voorouders in hunnen tongval Christus predikten ; — dat, eindelijk, de Grieksche monniken cyrillus en methodius in de IXe eeuw aan de Slavonische volken bij den Donau en in Bohème in hunne taal dit zelfde deden. En hoezeer luther de bedoeling van het zinnebeeld, op den Pinksterdag gegeven, begreep en beoefende, dat toonde hij door den vergeten Bijbel in de Duitsche spraak over te brengen. Dat begrijpen en beoefenen nog velen in onzen tijd; en zóó blijkt het, welk een heerlijke uitwerking het feest der talen, eens te Jeruzalem gehouden, gehad heeft.

Welaan, laat ons thans zien, hoe 't zinnebeeld van den Pinksterdag thans door Rome's Kerk wordt

Sluiten