Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overzetting des Bijbels in de volkstalen. Het voedt in dat groote Zendelinghuis kweekelingen op van allerlei taal en volk, om die uit te zenden, zoo ver 't kan zijn, ten einde alle volken haren wil te doen hooien, en zóó aan hare heerschappij te onderwerpen. Wel spreken die Zendelingen soms tot de Heidenen in hunne eigene taal, en doen dit ook wel over God en Christus; doch ze geven hun niet het Evangelie in die taal, maar alleen eene opwekking, om de gewoonten der Roomsche Kerk te volgen; niet een bezielend, geest- en leven-wekkend woord, maar eene aansporing tot gehoorzaamheid aan den Pans! Wel komen die Zendelingen met het Evangelie in de hand, maar wat baat dat voor de arme verblinde volkeren! 't Is voor hen een gesloten boek; want 't spreekt niet tot hen in hunne moedertaal, maar in 't doode Latijn. Zoo is en blijft het hun een dood woord, 't welk de sluimerende krachten onontwikkeld laat, en is 't hun niet meer dan een ijdele klank, dien ze wel naspreken, maar die hen onmogelijk kan bezielen en opwekken tot een nieuw en hooger leven. De levenmakende geest ontbreekt er aan, en waar de geest ontbreekt, daar is eigenlijk — niets.'

Zegt niet: er wordt toch uit de H. S. voor het volk gelezen en gepredikt. Neen, zegt dat niet; want wat uit de H. S. gelezen wordt, is telken jare weder hetzelfde en die prediking is meer een beroep op de uitspraken der kerkvaders, dan op het Evangelie. Bovendien, die prediking wordt zóó weinig geacht, dat de leek niet verpligt is, haar aan te hooren. De dienst, dat is de Mis met hare duistere plegtigheden en onverstaanbare taal, deze is de hoofdzaak en mag door niemand worden verzuimd. De prediking uit Gods Woord is bijzaak.

Sluiten