Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het plaatsvervangend lijden van onzen Heer, Jezus Christus,

■o»c<-

„Ik bid u, dat gij mij langmoediglijk hoort."

Hand. 26: Si. „Onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzoo waren."

Hand. 17: 114.

Het plaatsvervangend lijden van onzen Heer is een allergewichtigst onderwerp. Veel is er reeds over geschreven, en toch kunnen ook wij niet nalaten het een en ander er over te zeggen. Wij zouden er verscheidene boekdeelen mede kunnen vullen; doch willen den lezer niet met vele woorden vermoeien, maar zeer in het kort onze beschouwingen ten beste geven. Dat een iegelijk voor zichzelven er in allen ernst over nadenke, en onze woorden met de Heilige Schriften vergelijke, met het besef, dat wij allen eenmaal voor God zullen verschijnen, om rekenschap te geven van ons geloof en leven, en van onzen invloed op anderen door woord en wandel!

Door het plaatsvervangend lijden van onzen Heer verstaan velen, dat God zijnen Zoon in onze plaats heeft gestraft, en dat Gods Zoon, door die straf te dragen voor al onze verledene, tegenwoordige en toekomende zonden1 de schuld betaald, God verzoend, en alzoo genade en vergeving voor ons verworven heeft; en men beweert, dat dit het evangelie is, en dat dit evangelie gepredikt moet worden, omdat Gods liefde en rechtvaardigheid geacht wordt hierin op het heerlijkst uil te komen tot vertroosting en zaligheid van allen, die dit een en ander gelooven.

Sluiten