Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gestorven ware, dan behoorden wij immers niet meer aan den dood onderworpen te zijn; en toch zien wij dat de dood van den beginne der wereld tot nu toe over alle menschen heeft geheerscht. Of, — beweert men dat de Heer den geestelijken dood in onze plaats is gestorven? — (want dat is de eigenlijke straf der zonde —) welnu, dan is hij in onze plaats een zondaar geworden; dan heeft hij niet alleen den lichamelijken dood als een zondaar ondergaan, maar dan draagt hij ook nu nog de straf der verdoemden; dan is hij niet opgestaan, en dan is er geen evangelie en geene hope denkbaar! Is het dan te veel gezegd, als wij die leer Godonteerend, ja Godslasterlijk noemen?

Wij noemen de leer van het plaatsvervangend straffen in strijd met de leer der Heilige Schriften; dewijl die Schriften uitdrukkehjk zeggen, Gen. 2: 176: „Tendage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven," een vonnis dat de geheele wereld over bevestigd wordt; alsmede in Ezech. 18 en 33: „De zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons: de gerechtigheid des rechtvaardigen zal op hem zijn, en de godloosheid des goddeloozen zal op hem zijn." Maar wanneer de goddelooze zich bekeert van alle zijne zonden, hij zal gewisselijk leven. Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijne gerechtigheid .... zou die leven? Al zijne gerechtigheden, die hij gedaan heeft zullen niet gedacht worden: in zijne zonde, die hij gezondigd heeft, daarin zal hij sterven! En dan vraagt Hij zoo beteekenis vol: „Is niet mijn weg recht? zijn niet uwe wegen onrecht, o huis Israëls?" Is de leer van het plaatsvervangend straffen dan niet in flagranten strijd met de leer der Heilige Schriften?

En eindelijk, wij noemen de leer van het plaatsvervangend straffen verderfelijk; — omdat die leer het

Sluiten