Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of zijn die woorden van Jes, 53 : 5 zoo duidelijk; duidelijk genoeg om zulk eene leer daarop te bouwen? Laat ons zien.

In de eerstë plaats wenschen wij op te merken, dat het Hebreeuwsche woord: 1D1D moesar, dat hierdoor straf is vertaald, juist vijftig maal in de Heilige Schriften voorkomt, en nergens elders door straf vertaald is geworden, 'waaruit althans duidelijk is, dat het ook hier door een ander woord vertaald had kunnen worden.

Bovendien lezen wij in het voorgaande vers: „Wij achtten dat hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was, maar "en dat maar is toch eene

tegenstelling, waardoor aangeduid wordt, dat het achten bij nadere overweging als eene dwaling werd ingezien.

Neen! roept men op nieuw, dat hij om zijne eigene overtredingen geplaagd, van God geslagen en verdrukt werd, was de dwaling; maar dat hij om onze overtredingen geplaagd, van God geslagen en verdrukt werd is de waarheid. Daar staat immers duidelijk: „maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op hem, en door zijne striemen is ons genezing geworden."

"Wij antwoorden, dat de tegenstelling niet is of hij om onze of om zijne overtredingen geplaagd, geslagen en verdrukt werd, maar of hij van God of van menschen geplaagd, geslagen en verdrukt werd etc., en hier wordt ontkend, dat hij van God, en verzekerd dat hij van menschen zoo mishandeld is geworden, weshalve wij dan ook verder lezen: „Wij dwaalden allen (in onze mishandelingen hem aangedaan) als schapen; wij keerden ons een iegelijk zijnen eigen weg, en de Heer heeft ons aller ongerechtigheden op hem doen aanloopen." Daarom moet het Hebreeuwsche

Sluiten