Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hare woning zou schoon en heerlijk zijn (vs. 11, 12)^ al hare kinderen zouden van den Heere geleerd en de vrede harer kinderen zou groot zijn, en door gerechtigheid bevestigd, zouden zij dien vrede blijvend genieten (vs. 13, 14).

Dit is de erve der knechten des Heeren en hunne gerechtigheid is uit Mij, spreekt de Heere, uit de kennis van Mij en Mijne gerechtigheid, gelijk zij dan vervolgens tot Zijne kennis en gerechtigheid geroepen worden.

Wij achten deze of dergelijke omschrijving de eenige, die aan de woorden van Jes. 53 mag gegeven worden.

Maar, zeggen sommigen, op die wijze neemt gij deze woorden geheel en al weg als eene profetie aangaande den Christus!

Integendeel. Hetgeen hier van de vromen in Israël gezegd wordt, kan, mag en moet zelfs in den hoogsten graad op den Christus toegepast worden, en vindt in Hem zijne hoogste vervulling.

Immers: „Al wat te voren geschreven is, dat is tot onze leering te voren geschreven, opdat wij door het lijden en de vertroosting, waarvan in de Schriften gesproken wordt, hoop zouden hebben," en de profeten hebben te voren geprofeteerd van de genade aan ons geschied, onderzoekende op hoedanigen tijd en wijze de geest van Christus, die in hen was: beduidde en te voren getuigde; het lijden dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende. Wij willen met korte woorden ook daarop het oog vestigen, en merken dan op, dat van den aanvang af twee geesten, de Geest van God, en de geest des boozen, onder de menschen werkzaam zijn geweest. Den Geest van God zien wij werkzaam in de liefde en de wijsheid van God, die eerst de duisternis verdrijft, dan den hemel te voor-

Sluiten