Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dan vinden wij:

vs. 2, de reden opgegeven, die de Joden meenden, dat tot hunne verontschuldiging konden dienen. Hun ongeloof was een gevolg van den verachtelijken staat van den Christus. Want hij was als een rijsje voor hun aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit eene dorre aarde. Ware hij in zijne jeugd met aardsche macht en heerlijkheid bekleed geweest, dan zouden wij wel geloofd hebben; maar de zoon des timmermans van Galiléa, en uit het verachte Nazareth, had geene gedaante noch heerlijkheid: als wij hem aanzagen, zoo was er geene gestalte, dat wij zouden begeerd hebben, dat hij onze leeraar en leidsman zou wezen.

3. Hij was veracht, en hield zich bezig met hoeren en tollenaren, alsof hij de onwaardigste onder de menschen geweest ware, en ging gedurig onder smaad en krenkende beleedigingen gebukt, en alle aanzienlijken keerden hunne oogen van hem af, in plaats van hem te achten voor hetgeen onder dat uitwendige verborgen lag. Daarom hebben wij hem toen niet geacht; maar nu zien wij het geheim en erkennen gaarne:

4. Waarlijk, hij heeft de krenkingen en smarten, die wij hem aandeden, ondergaan en gedragen, opdat, onder Gods voorzienig bestuur, ons heil daaruit geboren zou worden.

Wij achtten wel, dat hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was,

5. maar om ons door zijne hoogere kennis en deugd met het ware karakter van God als een heilige en rechtvaardige Yader (Joh. 1 : 18, Joh. 17) bekend te maken, heeft hij zich zoo laten verwonden, en om ons van onze dwalingen en ongerechtigheden te verlossen, heeft hij zich zoo laten verbrijzelen, en zie, de mishandelingen, die wij hem aandeden, hebben ons zijne heerlijkheid doen zien, en toen wij berouw hadden

Sluiten