Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van onze zonden, en in hem geloofden, zijn wij tot vrede des harten gekomen, zoodat door zijne striemen ons genezing is geworden.

6. Inderdaad, in ons ongeloof, en in alles, wat wij hem aandeden, dwaalden wij allen als schapen, die geenen herder hebben, en gingen een iegelijk onzen eigen weg, en de Heer heeft, in Zijne goddelijke liefde en lankmoedigheid, toegelaten, dat ons aller misdaden hem troffen.

7. Hoe hebben wij gewoed in de mishandelingen, die wij hem aandeden, doch hij zweeg; als een lam heeft hij zich ter slachtbank laten leiden, en als een schaap, dat stemmeloos is, als het geschoren wordt, alzoo deed hij zijnen mond tot vloeken of schelden niet open.

8. Door hoogmoed en dwingelandij is hem zijn recht ontnomen, en wie was er, die voor hem in de bresse trad? Niemand! maar hij is afgesneden uit het land der levenden.

Door de overtreding mijns volks als een geheel is de plaag op hem, den Rechtvaardige, gekomen!

9. En zij hebben zijn graf bij de goddeloozen gesteld, wier beenderen op Grolgotha rondzwierven, maar hij is toch bij de rijken in zijnen dood geweest, die, gelijk bijvoorbeeld een Nicodemus en Jozef van Amimathea, zijn lijk hebben gebalsemd, omdat deze erkenden , dat hij geen onrecht had gedaan, en geen bedrog in zijnen mond was geweest.

10. Yoorwaar, het behaagde den Heer hem te laten verbrijzelen. Hij heeft toegelaten, dat men hem zoo zou krenken, opdat wij daardoor met Hem, en ons zeiven, en de ware godzaligheid bekend zouden worden.

Ja, zoo is het, en daarom, zie, Ik beloof het, als zijne ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, dan zal hij vrucht zien; hij zal van den dood weder

Sluiten