Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren aqi'd mocht een offer gebracht worden; maar ook dan geenszins zonder dat de zondaar eerst op de eene of andere wijze, bijv. in eigen persoon of in eigen bezittingen gestraft was geworden, om zijne schuld te boeten, of voor zijne zonde te voldoen.

De wet van het zondoffer gold ook voor het schuldoffer, maar terwijl men een zondoffer moest brengen voor persoonlijke misdrijven of overtredingen, werd het schuldoffer vereischt, als men in het een of ander nalatig was geweest, of de zonden van anderen niet zelf bestraft, of welr niet ter bestraffing te kennen gegeven had, tot verbetering van den misdadiger, en ook in dit geval moest eerst de schuld beleden en voldoening gegeven zijn, vóór dat het schuldoffer gebracht mocht worden. Lev. 5 : 14—6 : 7.

Als zoo onder de menschen de zonde verzoend en de schuld betaald was, en een van deze beide offers gebracht was geworden als uitdrukking van gevoel, van droefheid tot den dood over de zonde en schuld, wegens de overtreding van, of ontrouw aan het heilig verbond, dat met den Heer was gesloten, dan was de zonde en schuld vergeven. Daarna mocht en moest weder een brandoffer gebracht worden, om het verbond te vernieuwen, en als het verbond vernieuwd was, dan was het den zondaar vergund om zijn dankoSer te brengen, en zioh opnieuw in de gemeenschap met God te verblijden, evenals met de oudsten het geval was geweest, toen het oorspronkelijke verbond, Ex. 24 : 9—11, was gesloten.

Gelijk er echter een onderscheid was in de zonden, die met opgeheven hand, en die niet met opgeheven hand bedreven werden, maar toch zwaar genoeg om onverschoonlijk te zijn, en die, voor welke eerst voldoening, en daarna een offer gebracht mocht worden, zoo was er ook een onderscheid in de waarde der

Sluiten