Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dood sterven," en alzoo aan Gods strafeischende rechtvaardigheid voldoening te geven, hier is geen plaatsvervangend lijden en sterven hogelijk. Hier wordt geen leven in de zonde gedoogd. Hier moet men aan zichzelven sterven, om aan zichzelven gestorven en door den dood ten leven gekomen zijnde, door het Gods leven in de ziel, de werken Gods te werken, en gelijk men vroeger door het verstand in de booze werken steeds boozer werd, nu, door het verstand in de goede werken, steeds meer geheiligd en aan het beeld van God gelijkvormig, te worden, en er met Paulus naar te streven om den Heer te kennen, en de kracht zijner opstanding, en de gemeenschap zijns lijdens, zijnen dood gelijkvormig wordende, of men eenigzins mochte komen tot de wederopstanding der dooden. Pilip. 3: 10, 11. Door zulk geloof heeft Henoch met God gewandeld, en den dood niet gezien, want God nam hem weg. Door zulk geloof stierf Mozes aan den mond Gods, en God begroef hem, en niemand heeft zijn graf geweten tot op dezen dag. Door zulk geloof is Elias opgevaren, en later verscheen hij, met Mozes, op den berg der verheerlijking aan hem, die zeggen kon: „Ik ben de opstanding en het leven; die in mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven, en een iegelijk, die leeft, en in mij gelooft, die zal den dood niet sterven in der eeuwigheid." Joh. 11: 25, 26. Het Godsleven in Christus was in staat om, in trouw tot den dood, te niete te doen dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel, en te verlossen al degenen, die met vreeze des doods door heel hun leven der dienstbaarheid, onderworpen waren. Het Gods leven door Christus, door den Geest van Christus, die in hen was, 1 Petr. 1: 11, was in staat om in Henoch, Mozes en Elias het sterfelijke van het leven te verslinden , waarnaar ook een Paulus met smachtend verlangen

Sluiten