Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij nog voor zijne vijanden bidt: „Yader! vergeef het hun, want zij weten niet, wat zij doen!"

Gelijk wij menschen belichaamde geesten zijn, wier geesten zich door het lichaam openbaren kunnen, en werken naar onzen aard, zoo is ook God een Geest, die zich in den Zoon Zijner liefde belichaamd heeft, en door wien Hij alle dingen gemaakt, en zich in de schepping zichtbaar gemaakt heeft. Die schepping is echter slechts het uiterste zijner werken, die voor den mensch velerlei uitlegging behoeven; maar God heeft die uitlegging, voorbereidend door Mozes en de profeten gegeven, gelijk het morgenrood de aankondiging is van den naderenden dag. Eindelijk echter heeft Hij, „voortijds veelmaal en op velerlei wijze tot de r vaderen gesproken hebbende door de profeten, in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon", het vleeschgeworden Woord, die zeggen kon: „die mij ziet, ziet den Yader." „Gelooft mij (op mijn woord), dat ik in den Yader ben, en de Yader in mij is, en indien niet (op mijn woord), zoo gelooft mij om de werken." Hij is krachtelijk bewezen de Zoon van God te zijn, naar den geest der heiligmaking, door zijne opstanding van den dood, en het is eene besliste waarheid: „God is geopenbaard in het vleesch, is gerechtvaardigd in den geest, is gezien van de engelen (gezanten, Apostelen), is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid." Nooit is er eene hoogere openbaring van God onder de menschen geweest, en nooit zal er eene hoogere openbaring van Hem onder de menschen gegeven kunnen worden. Door de openbaring van Christus kunnen wij het wezen der Godheid, en tevens het wezen der zonde kennen. Het wezen der zonde, dat in het paradijs zich onder ons begon te openbaren, is vijandschap tegen God, zich

Sluiten