Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stolen, zoudt gij tevreden zijn, als ik het niet weer deed?

Hij. Neen; dat is zoo. Ik zou wenschen het geld terug te hebben.

Wij. Derhalve is er meer noodig, dan niet weer doen. Het kwade weder goed maken moet er bij.

Maar vooronderstel, dat mijn geweten mij genoegzaam beschuldigde om te wenschen, dat gij dat geld toch maar terug hadt, en ik bood het u aan, zonder er een woord aan toe te voegen, zoudt gij het maar zoo aannemen? Zoudt gij niet wenschen te weten, hoe ik er toe kwam, om zoo mild te zijn? Ja, indien ik u verzekerde, dat het het uwe was, zoudt gij niet wenschen te weten, hoe dat zat?

Hij. O ! ik zie uwe bedoeling!

Wij. Gij ziet dus, dat ik met niet weer doen, en zelfs met te willen teruggeven, het doel nog niet had bereikt. Ik zou moeten belijden, om te kunnen teruggeven , om daarna, èn door mijn geweten, èn door deze pijnlijke ervaring vermaand, niet weer te doen.

Zie, mijn lezer! dat is de ware strafeischende rechtvaardigheid Gods, en dat is tevens de eisch der ziel, om tot vrede en heiligheid te komen. Gij kunt geen vrede bekomen zonder te belijden, en, waar het kan, te herstellen; en gij kunt dien vrede niet bewaren, als gij dan opnieuw in de zonde leeft, — en daarom bidden wij u, om uwer zielen vrede, en om uwer eeuwige zaligheid wille, verneder u op de stem van uw geweten. Kom tot de erkentenis en belijdenis, dat gij door aan de zonde toe te geven, of haar te ontkennen en te bemantelen, in beginsel een Christus moordenaar zijt; herstel uw bedreven kwaad, en bid om — en geloof in — de vergeving uwer zonde, die Hij den oprechten boeteling beloofd heeft, en zij zal u geschonken worden.

Sluiten