Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar is de trouwe Evangelie-dienaar, die niet menigmaal de klacht heeft geslaakt: //Wie heeft onze prediking geloofd en aan wien is de arm des Heeren geopenbaard?"

En welke zendeling, welke zendingsvereerüging is er, die niet, in de eerste jaren althans, met Simon heeft uitgeroepen: //Meester, wij hebben denganschen nacht over gearbeid en niet gevangen."

Niet altijd . evenwel. Somtijds doet het Evangelie, terstond bij zijne komst, zijne kracht tot zaligheid gelden. Een treffend voorbeeld daarvan had plaats gedurende mijn verblijf in Zuid-Afrika onder den Kafferstam van Sequati, benoorden de Transvaal Republiek. Ik had mij in de nabijheid van dien stam bevonden en gehoord van het aldaar zich openbarende verlangen naar Gods Woord. Zeer had ik gewenscht, dat onze Gereformeerde Kerk aan dat verlangen zou voldoen en derwaarts hare eerste Zendelingen zou gezonden hebben. Doch daar zij het oog op andere plaatsen gericht had, begaven zich de Berlijnsche Broeders, Merenski en Nachtigal, derwaarts. En nauwelijks waren zij aldaar enkele weken of maanden werkzaam of de eene krachtdadige bekeering volgde op de andere. Gods Geest, de adem van dien wind, die blaast waarhenen hij wil, had er de harten reeds op zulke wijze beploegd en bereid, dat slechts de verkondiging van het Evangelie van genade van noode was om er met gretigheid te worden aangenomen. Een kern van levende Christenen ontstond

Sluiten