Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omgeving, de plichten en de daden van degenen tot wie Hij zich wendt; ten vierde, eene beschrijving van den toestand van iedere gemeente, doorweven met zoodanige goedkeuring en belofte, of berisping en vermaning, als de toestand vereischte; ten vijfde, eene verwijzing naar zijne beloofde komst, en wat die komst zijn zal voor de beschreven personen; ten zesde, een algemeen bevel om te hooren; en ten zevende, eene bijzondere belofte voor hem, die ten laatste overwint.

In de vier laatste is de orde eenigszins anders dan in de drie eerste, en de oproeping om acht te geven is daar geplaatst na de belofte aan hem, »die overwint," maar in iederen brief worden deze zeven gedeelten gevonden, welke bewijzen, dat er over het geheel eene volkomenheid en eene volheid in is, die het onmogelijk maakt, de beteekenis van deze brieven te beperken tot de weinige bijzondere gemeenten, waaraan zij oorspronkelijk gericht waren.

Maar zonder in alle bijzonderheden te treden, stel ik mij voor, eenige van de leeringen dezer brieven kortelijk aan te toonen, welke ik achtereenvolgens beschouw.

1. In betrekking tot de bijzondere gemeenten aan welke zij gericht zijn:

2. In betrekking tot de geheele hier vertegenwoordigde gemeente.

1. In betrekking tot de bijzondere gemeenten aan welke zij gericht zijn.

I. De eerste gemeenten waren zeer onbekende vereenigingen, die geene andere kenmerken hadden, dan hare gemeenschappelijke gehechtheid aan Christus, hare gehoorzaamheid aan zijn Evangelie, en hare vreedzame, soms zelfs geheime samenkomsten rondom de altaren eener eenvoudige eeredienst. Bij de groote wereld waren zij onopgemerkt, of zij werden alleen met verachting beschouwd. Maar, hetzij dat zij op aarde

Sluiten