Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er menschen der zonde zijn in den tempel Gods. Hij, die zich beijvert eene volmaakte gemeente te vinden, waarin geene onwaardige elementen en mismaaktheden zijn, verricht een hopeloozen arbeid. Laat hem gaan waar hij wil, aanbidden waar zich eene gelegenheid voordoet, in elke landstreek, in iedere eeuw, hij zal spoedig onkruid onder de tarwe vinden, zonde vermengd met heiligheid; zelfbedriegers, huichelaars en niet-christenen in elke vergadering van heiligen; Satan, indringende in elke bijeenkomst van de zonen Gods met het doel om zich voor God te stellen. Hoe zuiver de prediking ook zij; hoe nauwgezet en voorzichtig de tucht gehandhaafd worde; hoe gestreng en getrouw men ook wake, niets kan dit veranderen. Paulus leerde de Thessaloniërs, dat de dag des Heeren niet zou komen, voordat er eerst een afval zou zijn gekomen, en eene buitengewone openbaring van zonde en misdaad in de gemeente zelve; en hij verzekerde hun dat deze in den Zoon des verderfs belichaamde afval zou voortleven en doorwerken tot de komst des Heeren, die hem zal te niet maken door de verschijning van Zijne persoonlijke toekomst. De Zaligmaker zelf heeft ons geleerd, dat op den akker des Evangelies tarwe en onkruid zou gevonden worden; dat het verboden is het onkruid uit te wieden, opdat ook met hetzelve de tarwe niet uitgetrokken worde, en dat »beide te zamen moeten opwassen tot den oogst," die het einde der bedeeling is, »de afsluiting van den tegenwoordigen stand van zaken" — »het einde der wereld." —

2. Maar ik stel verder vast, dat volgens het oordeel van Christus in deze brieven, het kwaad dat in de gemeente aanwezig is gedurig meerder wordt en zich uitbreidt. In de Schrift is het begin, van bijna alle dingen, het beste j en ook de gemeente was het meest zuiver bij haren aanvang. Gelijk Hegesippus gezegd heeft: »De

Sluiten