Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden zijne woorden scherper, en de engel der gemeente van Pergamus wordt bestraft met een misnoegen, en eene veroordeeling, zóó hevig als zulks nog niet gezien is, en dit neemt nog toe in den volgenden. »Gij

hebt aldaar, die de leering van Balaam houden

AIzoo hebt gij ook, die de leering der Nicolaïeten houden." — En in den vierden brief, waar de Heer zulke ontzaglijk ernstige aanklachten en bedreigingen doet hooren, verplaatst Hij nog bovendien de vermaning: te hooren, wat de Geest tot de gemeente zegt. Tot hier toe ging deze vermaning aan de belofte vooraf; hier, en in de volgende brieven, is zij a c h t e r de belofte geplaatst. In de drie eerste gevallen schijnt het, alsof de Geest uit het midden der belijdende gemeente spreekt tot de wereld, die buiten is; maar in de vier laatste schijnt het, alsof de Geest zelf buiten is, en dat de roepstem zoowel in betrekking tot het geheel der belijders, als tot de wereld moet beschouwd worden. Dit wijst dus krachtig op eenen afval, die geheel de overhand nemen zal, en waardoor de belijdende gemeente zoo heidensch zal worden, dat ware Christenen even zeldzaam zullen zijn in de gemeente, als in de wereld. Gelijk de wolkkolom van voor het leger Israels werd weggenomen, en er achter geplaatst, om het volk Gods van de Egyptenaren af te zonderen, zoo geeft ook deze verandering te kennen, dat de gemeente als één geheel, op zulk eene wijze met de wereld is vermengd geworden , dat het noodig is eene afscheiding daar te stellen tusschen het ware volk van Christus en haar — evenals die gemeente door hare roeping behoorde afgezonderd te zijn van de wereld, zoodat in alle brieven waar de waarschuwing des Geestes achter de belofte geplaatst is, het groote lichaam der belijdende gemeente behandeld wordt als afvallig en hopeloos bedorven; terwijl aan het einde de schrikkelijke aankondiging ge-

Sluiten