Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moge bezitten, het recht om in de gemeente onderwijs te geven en te prediken weigert, indien men niet op regelmatige wijze is ingewijd in de geheimzinnige macht van dien kring van mannen, die zij zelve heeft samengesteld, terwijl degenen, die zij zelve gekweekt heeft, al blijkt het ook nog zoo duidelijk dat zij die hemelsche gaven missen, die wezenlijk tot het leeraarsambt vereischt worden, voorstelt als de eenige wettig aangestelde herauten van Christus, aan wien ieder ander zich stilzwijgend moet onderwerpen, en wier woorden en diensten iedereen moet ontvangen, zoo hij niet van de hope der zaligheid wil worden uitgesloten. Ook is bekend dat dit stelsel, volgens hetwelk de priesters de Kerk uitmaken, en de bisschoppen haar beheerschen, van de eerste tijden der gemeente beweerd afkomstig te zijn, door al de eeuwen van het Christendom heen in regelmatige opvolging te hebben bestaan; terwijl het zich op de handelingen der kerkvaders beroept, als op zijn voomaamsten grondslag, verdediging en roem. Wij weten, dat het voor het eerst werkelijk eene macht werd, in het tijdperk dat op de vervolging van de zijde der heidenen volgde, ') dat het in het Pausdom zijn hoogste verwezenlijking vond, en tot in onzen tijd, en tot vóór onze deur zich in het Pausdom, in Laudisme, tractarianisme, en in hooge kerkelijkheid heeft staande gehouden. En indien wij willen weten, hoe de Heer daarover denkt, hebben wij slechts tot deze brieven onze toevlucht te nemen; daar wijst Hij het met den vinger aan, en zegt: »Deze zaak haat ik." Gelijktijdig met de opkomst van het Nicolaïtisme

') Zelfs de Aartsbisschop Cranmer getuigt, dat „de bisschoppen terent de priesters, waren, en dat deze bedieningen bij den aanvang der christelijke godsdienst, niet twee waren, maar één." Burnets Refom. , App, Book III.

Sluiten