Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar die de kracht derzelve verloochend hebben." (2 Tim. 3 vs 1—5). Dit is eene vreeselijke schilderij, bijna zoo donker, als die welke hij elders geeft van de heidenwereld, eer het Christendom er mede in aanraking kwam (zie Rom. 4 vs. 26—32). Maar het past juist bij de afbeelding die, de Zaligmaker geeft van de kenmerken der gemeente in hare laatste ververschijning.

Het is Laodicea, in alle dingen ingericht naar het oordeel en den wil van het volk, het tegenovergestelde uiterste van het Nicolaïtisme. In plaats van eene gemeente van heerschappij voerende geestelijken, is het eene gemeente waarin het volk regeert, waarin niets gepreekt mag worden, dan wat het volk behaagt, waar het onderwijs van den preekstoel gevormd wordt naar den smaak van de zitbanken, en waar persoonlijke gevoelens de besluiten der wettige machten overvleugelen.

Het is lauw, niet beslist, niet geheel heet, en ook niet geheel koud, verdeeld tusschen Christus en de wereld; het wil de aanspraken en de rechten op de hemelsche dingen niet loslaten, en toch vast aan het aardsche kleven; het heeft te veel geweten om den naam van Christus te verwerpen, en te veel liefde voor de wereld om eene standvastige en eerlijke stelling in te nemen, geheel aan zijne zijde. Daar is veel godsdienstigheid, weinig godsdienst; veel gevoel maar weinig leven dat er mede overeenkomt, veel belijdenis, maar zeer weinig geloof; eene vereeniging van de danszaal en de avondmaalstafel, en van de opera met de aanbidding Gods, en van de feesten en drinkgelagen der wereld met voorgewende liefde en christelijke weldadigheid.

En het is zelfgenoegzaam, grootsprekend en ijdel. Nu zij zich hebben geschikt naar den smaak van de wereld,

Sluiten