Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en den lof en de bescherming der wereld hebben verworven, nu meenen deze Laodicëers, dat zij rijk en verrijkt zijn en geens dings gebrek hebben. Zulke prachtige kerken, met invloedrijke en verstandige gemeenten, en geleerde en aangename predikers. Zulk eene bewonderenswaardige eeredienst en rijk begiftigde stichtingen! Zooveel zendelingen in den wijngaard! Zoovele liefdadige ondernemingen! Zulk eene orde in al de eigenschappen van grootheid en macht? Wat kan men meer begeeren?

Zou het overeenkomstig de waarheid zijn, als wij zeiden, dat dit alles niet op groote schaal den toestand van onze dagen nauwkeurig weergeeft? Is het mogelijk de erkende gemeente onzer dagen nauwkeurig te beschouwen , en te zeggen dat wij de Laodiceesche eeuw nog niet bereikt hebben? Is het niet ons hedendaagsch Christendom, dat zegt: »Ik ben rijk en verrijkt geworden en heb geens dings gebrek?" En is het niet evenzeer eene daadzaak, dat ditzelfde Christendom is: »de ellendige en jammerlijke, en arme, en blinde, en naakte?" Was het »Mene, mene, tekel upharsin" van het paleis van Belsazar meer gepast voor dit oude heidensche, dan voor het moderne Christelijk Babyion? De menschen spreken er van, alsof het bestemd was om eene glorierijke overwinning te behalen, zij verklaren dat het van God is aangesteld, om de wereld te bekeeren. Zij wijzen op den vooruitgang der gemeente, als op een bewijs dat spoedig dit gansche geslacht voor Christus en voor den hemel zal worden gewonnen. Maar Hij, die »de Amen" is, heeft gesproken. De getrouwe en waarachtige Getuige heeft gezegd: »Ik zal u uit mijnen mond spuwen."

Mijne vrienden en broeders, ik heb deze tafereelen niet gemaakt, ik heb ze gevonden; en de Almachtige God geeft eene zevenmaal herhaalde vermaning, dat hij »die ooren heeft, hoore wat de Geest tot de ge-

Sluiten