Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evenzoo veroordeelt de latere geloofsbelijdenis van Helvetia »de Joodsche droomen, dat er vóór net oordeel een gouden wereld op aarde zijn zal en dat de geloovigen de koninkrijken der wereld zullen bezitten, en hunne goddelooze vijanden onder hunne voeten zullen vertreden; want de evangelische waarheid (Matth. 24—25, en

der wereld zullen komen. Met betrekking tot de geestelijkheid was het voorzegd, dat er in de laatste tijden valsche Christussen, en valsche profeten zouden opstaan, die groote teekenen en wonderen zonden doen, en, zoo het mogelijk ware, zlefs de uitverkorenen zouden verleiden. Met betrekking tot de leden der gemeente was het voorzegd, dat de liefde in veler harten zou verkoelen, en het geloof zon kwijnen , dat Christus zelf vraagt: „De Zoon des menschen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op aarde?" Zal dat de gouden eenw zijn? Wat de zaken van den Staat aangaan, was het voorzegd, dat de ongerechtigheid daarover de heerschappij zou hebben, dat er oorlogen en geruchten van oerlogen zouden zijn, dat volk tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk zou opstaan. Is dat de gouden eeuw ? Van het huisgezin is voorzegd, dat de zoon tegen den vader zal zijn, de dochter. tegen de moeder, en dat des menschen vijanden zijne huisgenooten zullen zijn. Is dat de gouden eeuw ? Van het maatschappelijke leven was het voorzegd, dat er zou zijn benauwdheid der volken, en beving, en dat den menschen het hart zou bezwijken van vrees en verwachting der dingen, die het aardrijk zullen overkomen, en verdrukking, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld en ook niet zijn zal. Zal dat de gouden eeuw zijn ? En als wij de zaak maar een weinig in de vreeze Gods willen beschouwen, zullen wij zien, dat dit dweepzieke denkbeeld de geheele Schrift tegenspreekt, evenals dit in strijd is met dit artikel van ons gemeenschappelijk Christendom. .. Zoolang als het Woord stand houdt, zijn wij hier op aarde in de Strijdende Kerk, en hebben wy te lijden naar den wil van God, lijdzaam de ware gouden eeuw, en het Koninkrijk van de aanbiddelijke Drieéenheid verwachtende, niet in deze wereld hier op aarde, maar in het toekomende Koninkrijk van eeuwige heerlijkheid en zaligheid." Die XXI Art. Aug. Conf. in Predigten erklart, pp. 1256—1259.

Een van de nieuwere schrijvers (Das TausendjShrige Beich gehort nicht der Vergangenheit, sondern der Zukunft an: Gütersloh, 1860) houdt ook staande, dat dit artikel van de Geloofsbelijdenis de nieuwerwetsche ideën van de algemeene bekeering der wereld in den tegenwoordigen tijd ver. oordeelt.

Sluiten