Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gevallen staan volkomen gelijk, en de bewijsgronden zijn even toepasselijk op het eene als op het andere. De gemeente van het oude verbond viel af, en werd verworpen; maar zij had Góds raad gediend, en de plannen Gods gingen even krachtig door', alsof zulk een afval geheel niet had plaats gehad. De gemeente van het nieuwe verbond kan even ontrouw zijn, gelijk alle profetieën aantoonen, dat het geval zijn zal; en God zal zijne bedreiging, van haar niet te sparen, vervullen; en toch zal er geene verhindering komen in den voortgang van zijne groote verlossingsplannen. De verkeerdheid des menschen kan zeker Gods bedoelingen niet verijdelen, of de goddelijke ontwerpen in wanorde brengen. De gemeentë zal steeds hare plaats behouden in de reeks van zijne genadebedeelingen. Ook wordt ons duidelijk geleerd, dat de duivel de overste en de god dezer eeuw is, dat de dienaars van Christus in deze bedeeling nooit iets anders zijn dan afgezanten van een vreemd hof; dat He heiligen altijd slechts pelgrims en vreemdelingen zijn op aarde; dat het Evangelie altijd moet gepredikt worden tot eene getuigenis allen volken; dat de Zoon des menschen, als Hij komt, nauwelijks eenig geloof zal vinden op aarde; dat de tijd waarin Hij zal komen, een booze tijd zijn zal, gelijk aan de dagen van Noach vóór den zondvloed; en dat het menschdom ten tijde van het oordeel in groote bondgenootschappen van nooit gekenden opstand en goddeloosheid zal vereenigd zijn. Hoe nadenkende menschen deze duidelijke getuigenissen kunnen aannemen en toch vasthouden aan een stelsel van voorzienigheid, waardoor de duidelijk voorzegde afval van het Christendom gelijkgesteld wordt met eene mislukking van de plannen en beloften Gods, is mij onbegrijpelijk.

Maar ik mag hier nu niet langer bij stilstaan. Welke afvallen en oordeelen de belijdende gemeente in den

Sluiten