Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

velden van Italië bedekt waren met verteerde stopp3len, rijpten de Boheemsche velden voor den oogst '). En dus heeft het in alle eeuwen niet ontbroken aan eenige gezegende afscheidingen, tegenover de steeds afnemende richting der toestanden. Evenmin zal het ooit in de donkerste en dorste dagen van den afval van het Christendom gebeuren, dat er niemand voor God en zijne reine waarheid zal staan, of dat er van het ware volk Gods op aarde niemand zal zijn overgebleven.

Wie zijn dat dan? En welke zijn hunne kenmerken? In geheel de Schrift vinden wij op deze vragen geen duidelijker en meer bevredigend antwoord dan in deze brieven. Het is Christus zelf, die hier met oogen als vuurvlammen op zijn volk nederziet, en met onfeilbare gewisheid wijst Hij ze met den vinger aan, die Hij als de zijnen erkent, en voor wie zijn eeuwige belooningeh bereid zijn en bewaard worden. Het veld, dat hier voor onze beschouwing openligt, bevat eenen aanlokkelijken overvloed van onderwijs, en evangelische waarheid. Het zou ons goed zijn hier lang te vertoeven, en heen en weer te dolen, om ieder woord, iedere wenk en lichtstraal op te vangen, maar wij moeten ons vergenoegen met er slechts een blik op te werpen, en dit zelfs zal genoeg zijn om ons eene aanschouwelijke voorstelling te geven van de heiligen, die deel zullen hebben aan de 'genade, veranderd te worden in een punt des tijds.

Vóór alle dingen zijn zij Efeziërs, menschen met een warm en brandend hart, gloeiende van den drang eener eenige liefde en ijver voor Christus, als dien »die de banier draagt boven tienduizendten, en al wat aan Hem is, is gansch begeerlijk."

') Stoughtons Ages of Christendom, p. 431

Sluiten