Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet zouden kunnen komen tot deze klaarheid en zuiverheid van begrippen die het kerkelijk recht kent. Het is niet voor *t eerst dat begripsverwarring voorkomt, dat meeningen en machten optreden die alle menschehjke gemeenschap omver werpen. Heeft Augustinus niet reeds de sententie veroordeeld : „Jus est quod ei qui plus potest utüe est," en heeft niet Keizer Frederik II het principe gehuldigd: „Quod principem placuit legis habet vigorem." Zijn dat niet reeds dezelfde ideeën, die wij in het rechtspositivisme van heden weder vinden — onverschillig of het in de parlementaire vorm gegoten is en de gedachte huldigt dat een besluit van de meerderheid zonder meer recht kan scheppen, onafhankelijk van zedelijkheid of gerechtigheid, of dat het in den vorm van rechtsbevel van een autoritaire führer tot uitdrukking komt. Juist zooals toen gaat ook vandaag weer de spreuk over de wereld : „Ego quidem mundi dominus". Maar ik geloof vast dat heden zooals toen, de sententie van Johannes van Salisburry geldt: „Omnium legum inutilis est censura, si non ecclesiasticae disciplinae sit conformis." En op welken grondslag is deze disciplina ecclesiastica anders gebouwd dan op het eeuwige fundament van het goddelijk recht. Als wij als basis nemen de erkenning van zedewet en natuurrecht, dan hebben wij ook voor het wereldlijk recht dezelfde eeuwige en onveranderlijke bron. Wordt uit deze bron wederom geput dan zal alle onrust en onzekerheid wijken voor rust en zekerheid.

Deze ideeën weer terug brengen in het wereldlijk recht en in de wereld des rechts dat — geloof ik — is een taak van heden.

Ik ben volkomen overtuigd dat kerkelijk recht en kerkrechts' leer niet het eenig geneesmiddel van onzen tijd rijn. Maar rij hebben zeer zeker hun aparte plaats in dezen tijd waar wij hopen op restauratie van het avondland.

Is het ook niet een symbool, dat tegelijkertijd toen de strijd begon, die het pausdom in de vorige eeuw opnam tegen vijande' lijke theoriën, ook de codificatie en nieuwe ordening van het kerkelijk recht begonnen is ? Sinds het Concilie van het Vaticaan werd aan dit groote werk gezwoegd, dat Benedictus XV — midden in den wereldoorlog als „Codex Juris Canonici" met Pinksteren 1918 verheven heeft tot wetboek der kerk. En in niet al te lange tijd zal eenzelfde werk voor de katholieken van den byzantijnschen Ritus klaar komen.

Sluiten