Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door Hieronymus) als in het Westen (bijv. door Ambrosius)6) in Melchizedek een verschijning gezien van den Christus. In zijn Tractaat over Psalm 1097) heeft Hieronymus zelfs verklaard dat dit door alle „ecclesiastici", waarmede hij de orthodoxe kerkelijke schrijvers bedoelt, is gezegd, aangezien Melchizedek „zonder vader" (naar het vleesch) en „zonder moeder" (als God) aangeduid wordt. De neiging tót allegorie is hier weer merkbaar. Onder invloed van de door wetenschappelijke exegese uitmuntende Antiocheensche school heeft Johannes Chrysostomus zich hiertegen verzet.8) Waarom, zoo vraagt hij, is vleeschwording van den Zoon noodig, als de Heilige Geest reeds mensen is geworden? Al zou, zoo zegt hij, Melchizedek een hemelsch wezen zijn, dan moest hij toch nog aan Christus onderdanig zijn!9)

§ 5. Afzonderlijke vermelding verdient de tot heden in de R.-Katholieke kerk doorloopende lijn der sacramenteele verklaring der Melchizedek-figuur. Clemens Alexandrinus zeide al, dat brood en wijn geheiligde spijze en drank zijn en afbeelding der eucharistie.10) Cyprianus drukt zich sterker uit. Christus en Melchizedek vergelijkend zegt hij, dat de eerste in hoogeren zin Priester des Allerhoogsten is: het brood en de wijn, dien Hij offerde, waren zijn lichaam en bloed.11) De kerkelijke traditie bij Rome heeft op dit spoor in „het offer" van Melchizedek een voorafbeelding gezien van het offer van Jezus. Alzoo wordt Melchizedek dan ook genoemd in den Canon Missae, waarin gebeden wordt, dat God zich verwaardige het misoffer aan te nemen, gelijk Hij aangenomen heeft het offer van Abel en van Abraham en hetgeen zijn summus Sacerdos Melchi-

6) Volgens G. Bardy, Melchisedech dans la Tradition Patristique, in Revue Biblique, XXXVI, 1927, pag. 25.

7) De Psalm, dien wij kennen als den HOden, is in de LXX de 109de.

8) Homilia de Melchisedeco 3; in P. G. (het groote werk van Migne: Patrologia Graeca) LVI, 260.

9) Volgens G. Wuttke, Melchisedech der Priesterkönig von Salem (Beihefte zur Zeitschr. für die Neutestl. Wiss. 5, 1927), pag 56.

10) Strom. IV, 25.

11) In zijn Brieven, LXIII.

Sluiten