Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

degelijk getuigenis af van de reëele existentie hunner makers.

De Emim worden ook genoemd in Deut. 2. Ook de Zuzieten onder den vorm Zamzummieten. De berichten uit Gen. 14 en Deut 2 zijn volkomen met elkaar in overeenstemming In Gen. 14 vinden we de volken aanwezig, die in Deut 2, dus ten tijde van den Intocht in Kanaan genoemd worden als de vroegere bevolking. Er is geen enkele reden de historische betrouwbaarheid dezer berichten in twijfel te trekken.

Met deze weerlegging van Nöldeke's bezwaren handhaven we de historische juistheid van Gen. 14.

§ 10. Op het voetspoor van Nöldeke is Holzinger voortgegaan.7) Ook hij houdt dit hoofdstuk voor een latere constructie en wel voor een midrasj, d.w.z. een Utteratuur-product van het Jodendom, met bijzondere oogmerken opgesteld, bijv. verheerlijking van vroegere helden of propaganda voor ideeën, in verband met religie en kultus.

Ten bewijze hiervan voert hij aan dat de namen der steden van de Pentapolis bijeengezocht zijn uit verschillende deelen van het Oude Testament en dus hun gezamenlijk voorkomen bewijs zijn van studie uit veel jongeren tijd. Ook het getal 318 is kunstmatig samengesteld Eveneens zijn de „Gehei mname" Salem, de opvatting, die in Melchieedeks woorden blijkt en diens titel van jongeren tijd; deze laatste is bijv. Makkabeesch.

Het eerste van deze bezwaren gaat uit van de gedachte dat er twee zelfstandige tradities zouden zyn: een, die weet van de verwoesting van Sodom en Gomorra en een die weet van een verwoesting van Adama en Zeboïm. Deze beide tradities zouden zijn samengesmolten, waardoor deze vier stedennamen hier en ook elders, bijv. Deut 29:23, in elkanders gezelschap voorkomen.

Bij deze voorstelling van den gang van zaken wekt het echter bevreemding, dat Gen. 14 ook nog Bela vermeldt en Gen. 10:19 ook Lasa. De aanwezigheid van deze namen bewijst dat hier toch

7) In de Kurzer Handcomm. zum A. T. herausg. v. Marti

en in „Die H. Schrift des A. T.", herausg. v. Kautzsch-Bertholet.

Sluiten