Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen uit het Oude Testament. Een der gevonden tempels is een Baaistempel. Voorts leggen vele Baalsbeelden en godennamen daar getuigenis van af.

Ook de inscripties zijn van verschillende soort. Naast Sumerische en Akkadische werden er ook tabletten gevonden met spijkerschriftteekens, die afweken van de bekende. Het geringe aantal dezer teekens deed' blijken, dat het geen syllabe-, maar consonantteekens waren.9) Behalve een tot nog toe onbekende, wel aan het Subareesch verwante taal, werd met dit schrift ook geschreven in een taak die sterk overeenkomt met het Bijbelsch Hebreeuwsch. Deze taal kan de Kanaanietische taal der stad zijn en „Ugarietisch" worden genoemd.

De hi deze taal geschreven teksten hebben tot inhoud een zeer interessante ütteratuursoort, n.1. godenverhalen. Hierdoor geven ze meer inzicht in het geestesleven van de bevolking van deze stad, dan in haar historie. Eén dezer teksten wordt naar den inhoud ervan doorgaans aangeduid onder het opschrift: „De geboorte der liefelijke en scboone goden." Het is om dit stuk dat het ons te doen is.10)

Het is het stuk van liturgischen aard, waarop we bi het begin van deze paragraaf doelden.

De tekst is niet geheel ongeschonden gebleven. Voorts is de taal van dezen tekst, hoewel een Semietische, toch in bijzonderheden onbekend. Beide omstandigheden maken het noodzakelijk dat in de lezing zoowel als in de vertaling met gissingen moet worden gewerkt. Toch is wel zeker, dat het stuk begint met een oproep tot de goden, uitgesproken door den celebreerenden priester:

regel 1.

Ik roep op de liefelijke en schoone goden — regel 6.

Eet brood, ja toch! en drinkt wjjn, ja toch!

9) Voor de ontcijfering, rie Batier, Das Alphabeth von Ras Schamra, 1932.

10) Van dezen tekst is een reproductie te vinden in Syria, 1933, PI. XVIII en XIX.

Sluiten