Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

speciale priesterschap van Aaron werd ingesteld door God Zelf (vergel. Ex. 19:22, 24 met 28:1 en v). En evenals Melchizedek koning en priester tegelijk was, achten ook, blijkens hun inscripties, de Babylonische koningen van de oudste tijden af, zich met priesterschap bekleed'. Na de instelling van het Aaronietisch priesterschap, is er in de Schrift natuurlijk van de priesters dézer ordening menigmaal sprake. Ook vóórdien blijkt uit bovengenoemde gevallen het priesterschap een algemeen verschijnsel te zijn. Melchizedek, de koning van Salem is, in de Heilige Schrift, daarvan de eerste getuige

Is dit priesterschap veelszins verheidenscht, Melchizedek is priester van God, den Allerhoogste. Deze godsnaam is een combinatie van de meest algemeene aanduiding der Godheid met een bijzondere aanduiding. In de bijzondere aanduiding, die de auteur hier bezigt (Allerhoogste), zien we de bedoeling zulk een appositie aan den algemeenen naam: God, toe te voegen, dat duidelijk wordt, dat Melchizedek priester is van den eenigen waren God, Dien, gelijk de lezers van het boek Genesis weten, Abraham dient. Hiermede wordt Melchizedek ons voorgesteld niet als een heidensch priester, maar als dienaar van den waarachtigen God.

Deze waarachtige God is van de schepping af aan de menschen bekend geweest en heeft zich na den val bij vernieuwing geopenbaard. De eerste twaalf hoofdstukken van Genesis berichten ons hoe bi een bepaalde Unie van geslachten bij deze openbaring werd geleefd We krijgen daarbij den indruk, dat deze aanvaarding der openbaring Gods bij een steeds kleiner wordende groep menschen gevonden werd, tot ten slotte Abraham de eenige is. Hier blijkt ons echter plotseling, dat ook Melchizedek, over wiens afkomst niets wordt bericht, dien God kende en diende als priester. Dat is bet unieke van zijn verschijning. Straks komt dat nog sterker uit in de belijdenis, die hij aflegt aangaande God den Schepper.

De vraag komt op hoe Melchizedek aan deze Godskennis kwam.

Met de beantwoording van deze vraag hangt ook samen het reeds besproken oordeel, dat men heeft over zyn historiciteit. In de school van Well-

Sluiten