Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hiertoe niet moet worden meegerekend. Voorts zou van deze wijze van naams aanduiding deze psalm 't eenige voorbeeld zijn. Wegens deze bezwaren is het waarschijnlijk toevallig, dat deze psalm iets beeft van een akrostichon. In elk geval moet het stringente bewijs voor de late dateering van dezen psalm van meer beteekenis zijn dan deze kunstvorm daarvoor is. Trouwens, de late dateering van dezen psalm rust hierop ook niet, maar is een uitvloeisel van het Wellhausiaansche standpunt.

§ 25. Er zijn echter ook critici, die dezen psalm voor vóór-exilisch houden, n.L uit den koningstijd. Ook deze dateering is afhankelijk van een critische beschouwing. Zoo bij Kittel en Gunkel van hun beschouwing over de verhouding tusschen de priesterlijke en de koninklijke waardigheid.*) Deze zou namelijk in Israël tot een twistpunt geworden zijn. Dat de koning priesterlijke waardigheid heeft is bij andere volken gebruikelijk en, zoo zegt Kittel, Psalm 110 spreekt uit dat dat ook zoo in Israël zal zijn en b 1 ijven. Dat dit een koning zoo opzettelijk wordt aangezegd, (want Kittel meent, dat in dezen psalm een dichter-profeet spreekt tot zijn koning) wijst er op, dat deze psalm gedacht moet worden in een tijd, waarin den koning de priesterlijke waardigheid werd betwist. Dat kan slechts het geval geweest zijn toen de priesterstand aan invloed toenam. Daarvan getuigt de geschiedenis van koning Uzzia: hij wordt met melaatse!] hei d getroffen, omdat hij offeren wil in den tempel op het reukaltaar, waartegen de priester Azarja zich met alle macht verzet. (II Kron. 26:16 etc.) Met deze opkomst van de priesterlijke macht hangt samen „de uivoering van Deuteronomium". Ingaande tegen dergelijk streven stelt de goddelijke uitspraak in Psalm 110 vast dat het priesterschap den koning rechtens toekomt en deze het ook eeuwig zal uitoefenen.

Men brenge hiertegen niet in, zegt Gunkel, dat de boeken, die over den tijd der koningen handelen, niet zouden toelaten te denken aan de vereeniging van priesterschap en koningschap in één persoon, want die boeken zijn door „deuterono-

1) Zie hun Kommentaren op de Psalmen.

Sluiten