Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

latief) meeste (doch zeldzame) gevallen wegens beduidt, (Pred. 3:18, 8:2), dit beslist nog niet dat deze praepositie ook hier die beteekenis moet hebben. (Men lette op Pred. 7:14.) Deze praepositie heeft ook normatieve beteekenis, gelijk blijkt uit de veel voorkomende uitdrukking 'al pi, op bevel van (volgens den mond van). In dezen normatieven zin wordt de uitdrukking ook vertaald door de LXX, woordelijk gelijk aan de weergave in den brief aan de Hebreen (6:20).

Melchizedek is dus voorbeeld, norm om aan te geven wat voor soort priester de Messias zal zijn. Hij zal het zijn op de wijze van, naar de ordening van Melchizedek.

En op welke wijze was Melchizedek priester?

Hij was het in de eerste plaats vóór Aaron, ook niet bi Israël. Hij vertegenwoordigt het algemeen priesterschap der menschen zonder, gelijk Aaron, speciaal tot typeering van den dienst der Verzoening geroepen te zijn, die in Israël werd ingesteld. Om de bijzondere bedoeling, waarmee het werd ingesteld is het priesterschap van Aaron wel zeer belangrijk. De verbijzondering is echter tegelijk een beperking. Deze beperkingen zijn: bepaalde roeping, bepaalde taak, bepaalde plaats. Het priesterschap van Melchizedek is in zijn algemeenheid van deze beperkende verbijzonderingen vrij en daarom g r o o t e r.

Dat Ps 110 zegt dat de Messias priester zal zijn naar de wijze van Melchizedek kan moeilijk iets anders beteekenen dan niet naar de wij ze van Aaron. Deze psalm wijst terug naar de eerbiedwaardige, unieke verschoning, die we in Gen. 14 op het tooneel der historie hebben zien verschijnen.

Hoewel we de grootheid van dezen priester in hoofdzaak slechts op negatieve wijze kunnen beschrijven, n.1. door de tegenstelling tusschen hem en Aaron, is zijn grootheid toch een positieve. Genesis 14 noemde slechts zijn priesterschap, zonder de grootheid ervan afzonderlijk te omschrijven. Vandaar dan ook, dat wij uitgaan van de tegenstelling: niet Aaronietisch! Dat dit priesterschap echter groot is, blijkt uit Ps. 110. Wanneer we hel niet reeds aangevoeld hadden, bij Gen. 14, dan werden we het nu toch gewaar uit dezen Psalm, dat Melchizedek groot is in zijn

Sluiten