Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feit dat Christus priester was naar de orde van Melchizedek niet de reden aangeeft, waarom Hij een eeuwige verlossing aanbracht; het priesterschap naar de ordening van Melchizedek was immers niet soteriologisch; maar wel de reden, waarom Hij het doen kon.2) We volgen hierin Prof. Grosheide. Niet omdat het met zooveel woorden in den tekst zelf staat. Maar omdat anders vs 10 b wel erg zinloos achteraan komt en doellooze herhaling wordt van vs 6.

De beteekenis van Melchizedeks priesterschap is dan van dien aard, dat Christus door deszelfs ordening tot norm te hebben, een eeuwige verlossing kan aanbrengen.

Aan het einde van het vermanend intermezzo gaat de auteur eindelijk over tot de uiteenzetting van het priesterschap van Melchizedek. Voor de derde maal gebruikt hij dan den aanloop: die (n.1. Jezus) naar de orde van Melchizedek hoogepriester is geworden tot in eeuwigheid. Ook dit is een participale zin. De plaatsing der zinsdeelen doen nadruk vallen op „naar de ordening van Melchizedek" en op „in eeuwigheid" (naar de ordening van Melchizedek priester geworden tot in eeuwigheid). Deze nadruk stelt deze twee feiten tegenover elkander: dat Hij1 eeuwig priester is, houdt verband met de ordening, volgens welke hij priester is.

De beteekenis van Melchizedeks priesterschap is dan van dien aard, dat Christus, door deszelfs ordening tot norm te hebben eeuwig priester is.

Bij nader bezien ontdekken we dus in deze voorloopige zinspelingen op de komende behandeling van Melchizedeks priesterschap twee gegevens omtrent den aard van dat priesterschap: gegevens, die we in hem zelf zoo niet opmerken, maar die we weerspiegeld zien in den Hoogepriester naar zijn ordening: 'taanbrengen van ware verlossing en het eeuwig voortduren van het priesterschap. Dit wil niet zeggen, dat ook Melchizedek eeuwige verlossing aanbracht en eeuwig bleef (al is dit laatste in anderen zin ook waar, cf. hfdst. 7:3) maar dat zijn priesterschap van dien aard was, dat het de dragers ervan daartoe in staat stelde; wat

2) Spatieering van Prof. Grosheide.

Sluiten