Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is afgeleid, maar ontsprongen is aan de godsdienstige aanschouwing van den mens zelf. Zo zeker deze gelovige overtuigd is van de werkelijkheid van God, zo zeker is hij ook overtuigd van de waarde van den mens. Aan den mens wordt een eigensoortige, volstrekte waarde geschouwd. De mens blijkt „numineus" te zijn. De stelling van de waarde van den mens is hem een onafleidbare en onherleidbare godsdienstige waarheid. Daarom laat deze waarheid zich ook niet weerleggen noch bewijzen in eigenlijken zin. Hier geldt het: ik kan niet anders.

2. Toch zal de gelovige, ook juist in dit geval, steeds behoefte hebben, zijn overtuiging althans te rechtvaardigen. Dan biedt zich steeds als een gerede rechtvaardiging de praktijk aan. Men kan van het humanisme veel kwaad zeggen, maar men kan moeilijk ontkennen, dat het aan den anderen kant tot groten zegen is geweest. Afschaffing van de pijnbank, van heksenprocessen, van de slavernij, verdraagzaamheid, erkenning van onvervreemdbare staatkundige rechten, volksontwikkeling, rjevrijding van verschillende bevolkingsgroepen, het proletariaat niet uitgezonderd (Marx had een sterken humanistischen inslag), om maar enkele verworvenheden te noemen, zijn zonder het humanisme niet denkbaar. Wij mogen in dezen tijd wel eens bedenken, dat het Erasmus was, die niet slechts op bewogen, maar ook op echt christelijke wijze uiting gaf aan zijn verzet tegen den oorlog. 6) Onze tijd van inhumaniteit leert ons misschien wat meer dankbaarheid jegens het humanisme. Hoe andere stromingen dan het christelijk humanisme, voorzover zij niet op vernietiging van genoemde goederen uit zijn, haar willen trachten te redden, is nog niet duidelijk, althans mij niet.

Het is niet van belang ontbloot op te merken, hoe de vragen van de praktijk op zichzelf antihumanistische denkers dringen tot een christelijk humanisme. Te denken valt hier aan Brunner, die men althans aanvankelijk kwalijk humanist kan noemen. In zijn ethiek echter en later in zijn anthropologie neemt hij het op voor een christelijk humanisme. 7) Hetzelfde zien wij bij Tillich. In de bundel „Religiöse Verwirklichung" heeft hij, ondanks waardering, toch nog overwegende bezwaren tegen het humanisme. 8) In een opstel echter, geschreven ter voorbereiding van een oecumenische conferentie te Oxford over praktisch

Sluiten