Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zowel met de mensheid als met het openbaringskarakter van Jezus Christus. God heeft zich van een mens bediend om zich in volheid te openbaren, dan zal in de mensheid een mogelijkheid tot aanknoping aanwezig moeten zijn.

Nog op andere wijze is hier de openbaringsgedachte van belang. God openbaart zich ook aan den mens; de mens is niet slechts medium, maar ook object der openbaring. Dan moet echter de mens de mogelijkheid hebben, de openbaring te verstaan. Anders gezegd, het correlaat van openbaring is geloof en geloof is een daad van den mens. Er moet derhalve in den mens een semen religionis aanwezig zijn, een aanleg of mogelijkheid tot het in geloof verstaan van de openbaring. Wel is dit semen religionis een geschenk Gods, zoals immers alles wat wij hebben of kunnen en moet het door den Heiligen Geest geactualiseerd worden, maar het is er, als een menselijke mogelijkheid. Wie deze ontkent, maakt van het geloof een mirakel, wat nog iets anders is dan een wonder, hetgeen het geloof steeds is. Ik bedoel er mee, dat het geloof dan als een uiterlijk iets van buiten af, mechanisch in den mens wordt gebracht, zonder dat het zelfs deel van zijn wezen kan worden. Consequent is het dan slechts te beweren, dat niet de mens, maar de H. Geest gelooft, zodat ten slotte God gelooft in God, een onvoltrekbare gedachte. 16) Het is echter goed bijbels, meen ik, er aan vast te houden, dat de mens gelooft. De mogelijkheid er toe is derhalve aanwezig. Het blijft waar: „War' nicht das Auge sonnenhaft, Die Sonne könnte es nie erblicken". Nogmaals komt de leer van het beeld Gods zich aandienen.

Wij worden met dit alles verwezen naar de scheppingsgedachte. Dit kan moeilijk anders, waar openbaring en schepping samenhangen, ja, twee kanten van dezelfde zaak zijn. Gods Woord is immers tevens Daad. Reeds werd gesproken van het geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis. Maar hier worden wij gewaarschuwd door een wolk van chirstelijke theologen, het laatst nog door prof. Van der Leeuw 16), dat dit beeld door de zonde verloren is gegaan. Ik heb het gevoel, mij te begeven op het terrein tussen de theologische Maginot- en Siegf riedlinies, als ik hierover enkele opmerkingen maak. Daar is in de eerste plaats deze, dat ik het niet juist acht, als men zegt, dat het beeld Gods door

Sluiten