Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan die commissie was opgedragen een reorganisatievoorstel in te dienen.

Na rijp beraad kwam die commissie met een reorganisatievoorstel voor den dag.

Dat voorstel werd door de S/node met één stem meerderheid in eerste instantie verworpen.

Dat beteekende, dat het zelfs niét waardig gekeurd werd om via de Classicale vergaderingen aan het oordeel der kerk te worden onderworpen.

Door velen in onze kerk werd dit gevoeld als een zware slag. Men kwam samen in Utrecht, om er zich voor Gods aangezicht rekenschap van te geven: Wat nu?

Uit dat samenzijn werd het Ned. Herv. Verbond tot Kerkherstel geboren.

Allen die zich daarbij aansloten, hebben het van meet af sterk gevoeld, dat de nood der kerk is: niet dit of dat, deze of gene, maar... dat die kerk geen mond heeft om zich te uiten, geen orgaan waardoor ze als kerk spreken kan. Dat er in die kerk een ontstellend individualisme heerscht, weet ieder.

In menig opzicht doet de kerk van thans denken aan Israël gedurende het tijdvak der Richteren. „Een iegelijk doet wat recht is in zijne oogen." En dat beteekent ook in onzen tijd, dat het onrecht hoogtij viert.

Het ja van den een, staat tegenover het neen van den ander. De belijdenisgeschriften heeten verouderd, het Woord Gods staat voor menigeen niet meer vast.

De ontstellende voorbeelden van willekeur, waarmede ik in mijn ambtelijk werk in aanraking gekomen ben, zijn te erg om hier neer te schrijven.

En nu gevoelen de, ik zal maar zeggen „kerkherstellers" dat het allereerst noodig is, dat de kerk zich weer als kerk kan

Sluiten