Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

w»rk, dat veelal rijk gezegende werk, te verrichten. Maar bij alle dankbaarheid over dat feit, blijft droefheid en schaamte in ons hart, omdat dit werk, voor een groot deel door onze menschen gedaan, niet van de kerk uitgaat, niet door haar geschiedt: Wanneer ouders b.v. uit drankzucht of zedeloosheid soms ook om beide oorzaken hun taak tegenover hun kinderen verwaarloozen, kunnen we er ons van harte over verblijden, als er een vereeniging Klnderzorg is, die zich over die verwaarloosde kinderen ontfermt. In mijn ambtelijk werk heb ik ook een deel van mijn krachten met blijdschap gegeven aan zulke Vereenigingen, er zelfs toe meegewerkt om ze op te richten. Maar hoe dankbaar we zijn, dat die kinderen weer worden opgevoed, dit neemt niets weg van den weemoed, die ons hart gevoelt, als we denken aan het verwoeste gezin. Ook al wordt er langs andere wegen gezorgd voor de kinderen, het is en blijft de taak van de ouders om er zelf voor te zorgen. En het in een Inrichting of vreemd gezin goed opgevoede kind, is tegenover die ouders evenzeer een aanklacht, als het kind, dat langs de straten trekt, afgericht voor bedelen en stelen. Zooals het elders verzorgde kind staat tegenover de ouders, die hun plicht verzaken, zoo staat een groot deel van het werk der Inwendige Zending tegenover de kerk. Wat zou — denk 't u voor een oogenblik in — de kerk niet in aanzien stijgen, als al dat werk, dat nu buiten haar omgeschledt, door haar plaats had.

Het is moeilijk om slechts bij benadering te schatten, de groote sommen gelds, die jaarlijks door onze kerkelijke menschen geofferd worden. Maar die kunnen niet verhinderen, dat er algemeen gezegd wordt: „De kerk, de kerk doet niets". En nu weet ik wel, dat 't niet om dat aanzien van de kerk gaat. Ik wijs er slechts op, om u te doen gevoelen: als de kerk, in deze haar taak vervulde, zou de kranke, in alle opzichten kranke kerk weer teekenen van gezondheid vertoonen.

Sluiten