Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik vraag piet — laten we maar doen alsof we gezond waren, maar voel toch, dat ook voor de kerk, onze kerk, gezondheid noodzakelijk is, om haar taak, haar nimmer eindigende taak te vervullen.

Ik denk aan de Evangelisatie-arbeid. Ik weet 't, er zijn in onze Vaderlandsche Kerk enkele grootere stadsgemeenten, die dat werk hebben gevoeld, als een deel van haar taak. Maar wie weet niet van de ongeveer honderd Evangelisatieposten, waar het werk wel geschiedt in en ten bate van de Ned. Herv. Kerk, maar toch in tegenstelling met 't werk der plaatselijke gemeente! Is 't niet meer dan ontstellend, dat er zoovele plaatsen zijn in ons Vaderland, waar men om het Evangelie te hooren naar de Schriften, zich tegenover zijn eigen kerk moet organiseeren.

„Kerkherstel en Zending." Wie die woorden uitspreekt en aan het bovengenoemde denkt, kan niet anders dan bidden,dat God de kerk herstelle, opdat ook dat werk tot zijn recht kome! Ik wil niet langer bij het werk der Inwendige Zending stil staan. Ik wil nog een enkel woord zeggen over dat deel der Zending, waaraan wij onwillekeurig denken als er gesproken wordt van Kerkherstel en Zending.

Ik bedoel dat, wat men, niet heel fraai, weieens noemt: de Uitwendige Zending.

Bij Zending denken we vooral aan het uitgezonden worden. Zending, zendeling, we kunnen die woorden haast niet uitspreken zonder voor onzen geest te zien die mannen en vrouwen, die gegaan zijn naar de overzeesche gewesten. De zendeling is de man, die uit het Moederland gaat, naar Oost of West om daar aan de heidenen, die we ons dan gemeenlijk voorstellen als kleurlingen of zwarten het Evangelie te verkondigen.

We hebben allicht allen het leven van één of meer zendelingen van nabij gevolgd.

Sluiten