Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot die wereld van onrust behoort ook de heidenwereld, ook dat deel der heidenwereld, dat meer in 't bijzonder aan onze zorgen is toevertrouwd. Ik bedoel onze Oost- en West-Indische bezittingen.

Nu zijn er organisatie's die het werk der Zending hebben ter hand genomen, om in die wereld van onrust, speciaal in die heidenwereld, het Evangelie van Gods genade te doen hooren. En er zijn mannen en vrouwen, die zich door die organisatie's hebben laten uitzenden om met opoffering van heel veel, de moeilijke zendingstaak te volbrengen. God zegent dien arbeid bovenmate.

We loopen gevaar om dat uit het oog te verliezen, omdat als we over zending hooren, we nogal eens hooren klagen. Ja het is langzamerhand zoo geworden, dat we bij „Zending" onwil» lekeurig denken aan „den nood der Zending". Maar de klacht over den nood der Zending is eigenlijk de mededeeling: God zegent onzen arbeid zoo, dat we met den zegen geen raad weten.

Want de nood der Zending beteekent niet, dat het daarop de zendingsvelden slecht gaat. Integendeel, dat die wit zijn om te oogsten. Maar de kerk! De zendende gemeente! Die is zoo tn nood, dat haar de middelen ontbreken, om de deuren binnen te gaan, die God voor haar ontsluit.

Nu blijft 't natuurlijk onze taak, om het zendingswerk te steunen, met al de krachten en middelen waarover we beschikken. Maar ook dan zullen we blijven hooren van den nood der Zending.

Laat ons dan verstaan, dat de nood der Zending feitelijk is: de nood, de armoede der Gemeente, der kerk. De nood der Zending, beteekent dat de kerk ziek is. Kerkherstel en Zending.

De herstelde kerk en de Zending behooren bij elkander. God leide het zoo, dat onze Vaderlandsche kerk weer kome te

Sluiten