Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. DE KERK EN DEJONGEREN

a. Vroeger.

Elke plant heeft haar wortel. Uit den wortel groeit de plant op Haar ontwikkeling, haar blad en bloem, zijn van den wortei afhankelijk.

Er groeit naast en door ons kerkelijk bestaan een geestelijke plant: de jeugdbeweging, als een klimoprank tegen een baksteenen toren, zich slingerend langs de verweerde galmgaten, de uitloopers tastend in de tochtige ruimten van den vierkanten bouw.

Wie gaat speuren, bemerkt echter spoedig, dat wortel en torenvoet gescheiden zijn. Wel rijzen zij op, als planten muurvlak uit denzelfden grond, maar er is gescheidenheid in oorsprong Massaal en vierkant op een vast fundament de steenen optrek Welgevormd, doch verweerd. Getuigend van een ver en oud verleden, maar weinig hecht meer. — De ijle slingerstam woekert en kruipt. Leven in iedere bladhaar. Bruisend zich uitstuwend. Weeldrig in zoekend houvast. Kerk en Jongeren. Wij zien ze in onzen tijd naast elkaar. De laatsten leunend tegen de eerste. Glanzend leven en verweerdheid.

Niet altijd heeft de klimop der Jongeren de torenvastheid der Kerk omstrengeld. Wij kunnen hier spreken van een vroeger Toen was er geen apartheid dier Jongeren. Toen was er niets dan de massale bouw.

Statig en forsch was ook in onze landen de Kerk der Hervorming opgetrokken in een standvastig gelooven. Die Kerk omvatte het gansche leven. Daar werd men gedoopt. Daar ontving men het onderricht in de kennis van „Schrift en Belijdenis" Daar beleed men den Heiland. Werd mondig in het kerkelijk bestaan. Daar werd het geestelijk leven gevoed. Het Woord werd „recht gesneden". En men at, wat werd voorgezet. Het ;

Sluiten