Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levenspad van meer beteekenis dan het volgen van het godsdienstonderwijs en het kerkbezoek.

Het valt niet te ontkennen, dat de Kerk hier schuldig is. Zij trekt niet één lijn. Waar nog steeds de mensch het middelpunt der gedachte blijft, het ik met zijn persoonlijk inzicht, en de groep van gelijk-denkenden meer de aandacht heeft dan de Kerk in haar geheel als dienares Gods op aarde, als getuige van Christus in deze wereld, daar blijft het overleg in eenheid van gelooven, bij het geroepen zijn elkander te dienen ook onder verschil van meening, in dezen verre.

De Kerk, die ziek is, kan niet in gezonde kracht voedsel verstrekken aan haar hongerige kinderen, dat dezen sterkt en veerkracht schenkt. Dat hen in vertrouwen den levensstrijd doet aanvaarden. Hier is nood!

De Jongeren in het Verbond met God opgenomen, „geheiligd In Christus" (eerste Doopvraag), zoekend naar leiding, ontvangen niet van de Kerk, waar zij recht op hebben. Het: „Ik zet mijn treden in Uw spoor opdat mijn voet niet uit zou glijden" (Psalm 17 berijmd), wordt zeer slecht voor de Jongeren doorzichtig op deze wijze. Wat is Gods spoor, dat brengt tot een oprecht belijden van te deelen in Gods gunst? De beteekenis van de heiliging van het zondaarsbestaan in Christus door het geloof, midden in de ongerechtigheid van het leven, komt zoo weinig tot haar recht. Zelfs in het algemeen wordt door de leiding gevende ambtsdragers slecht verstaan, dat gedoopten „leden der Gemeente" zijn. Dat „het weiden der lammeren" een deel van hun taak is. Dat het lam inderdaad deel uitmaakt van de kudde. De Kerk als geestelijk gezin hangt nog wel bijeen, doch voor velen als droog zand. De gezinsband is zoek. In plaats van als een levend geheel, zien de meesten alleen los naast elkaar staande personen. Dat is de huidige noodtoestand. In niet begrijpen en onheldere wazigheid leven Kerk en Jonge-

Sluiten