Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meerde kerkorde ontwikkeld. Zij heeft het bestaan van een aparten clerus afgewezen en van geen kerkelijke vergadering zonder ouderlingen willen weten. In dit verband denke men aan het bekende artikel 8 van de Dordtsche kerkorde, welk artikel het mogelijk maakte, dat een lid der gemeente op grond van singuliere gaven zelfs tot den dienst des Woords werd toegelaten.

Tegen dit vijfde beginsel hebben velen, ook in onze dagen, ernstige bezwaren. De ouderling kan in den kerkeraad misschien gewichtig werk doen, in de meerdere vergaderingen is hij niet op zijn plaats. Hij mist de theologische scholing, noodzakelijk voor de bespreking van allerlei moeilijke dogmatische problemen. Vooral voor den ouderling, die „op de leer zit" is men in sommige kringen doodsbenauwd. Aan een tucht-procedure mag hij in geen geval deelnemen. Nu zou men over de vraag kunnen twisten, of onze Kerk niet meer schade heeft gehad en heeft van de heerschappij der predikanten dan van die der ouderlingen. Maar tenslotte raakt dit de kern van de kwestie niet. De Kerk gelooft in de leiding des Heiligen Geestes, of zij is geen Kerk. Gelooft zij inde leiding des Geestes, dan vertrouwt zij, dat die Geest de Kerk in alle waarheid leidt in haar wettige vergaderingen der ambtsdragers.

Houdt een kerkorde zich aan deze vijf beginselen, dan voldoet zij aan den eisch een schriftuurlijke te zijn. Wij hebben telkens reeds laten doorschemeren, dat dit geldt van de presbyteriale kerkorde. Zij is menschen-werk en dus niet volmaakt. Het is daarom een verheugend verschijnsel, wanneer de hiermede samenhangende vragen de aandacht zoowel van de gemeente als van de theologen hebben. Maar van deze beginselen mag niet worden afgeweken. Alle andere kwesties zijn bijkomstig: of de ambten van predikant en ouderling één dan wel twee ambten zijn, op welke wijze de ambtsdragers door de gemeente

Sluiten