Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feld, dat heb ik altijd reeds gedacht, wij hebben verkeerde ouderlingen en predikanten. Want de presbyteriale kerkorde eischt ook van hem ditzelfde kerkelijke denken! Dat bestaat voor hem allereerst daarin, dat ook hij zich bewust worde van zijn ambt. Hij staat in het algemeen priesterschap der geloovigen. Hij heeft evenzeer te getuigen en hij heeft evenzeer te waken voor de zuiverheid der leer als elke ouderling en dominé. Hij mag niet — mogelijk zelfs vrij critlsch — toekijken hoe de kerkeraad de belangen van de Kerk behartigt, maar hij moet zelf een levend lid der gemeente zijn. Hij heeft niet de prediking te onderwerpen aan zijn eigen theologischof ontheologisch- inzicht, maar hij moet veel bidden voor den prediker en in het gesprek met den ambtsdrager denken aan het bescheiden optreden van Aqulla en Prlsdlla tegenover Apollos, beschreven in Handelingen 18. Echt kerkelijk denken van de gemeente, dat beteekent ten tweede: eerbied voor het ambt. Predikanten in Roomsche streken getuigen soms, dat de Roomschen hen meer als ambtsdrager erkennen dan de Protestanten. En daarom: eerbied voor het ambt, naar de apostolische vermaning: „Erkent degenen, die onder u arbeiden, en uwe voorstanders zijn in den Heere, en u vermanen; en acht hen zeer veel in liefde, om huns werks wil".

Echt kerkelijk denken, zoowel bij den kerkeraad, als bij de gemeente. Wij zouden hiervan nog heel wat meer kunnen zeggen. Het bestek van deze brochure laat het niet toe. Daarom willen wij alles in één gedachte samenvatten. De grond van de gansche presbyteriale kerkorde is het Koningschap van Christus over Zijn Kerk. Leven naar de presbyteriale kerkorde beteekent dus het verstaan van de bede: „Uw Koninkrijk kome". Waarvan de Heidelbergsche Catechismus zegt: „Regeer ons alzoo door uw Woord en Geest, dat wij ons hoe langer hoe

Sluiten