Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijden bedoelt, dat hem heeft getroffen. Maar wat het Ie geweest, weten wij niet. Men heeft wel gedacht aan een oogziekte, waaraan hij geleden zou hebben en die hem bij zijn zendingswerk verschrikkelijk hinderde. Immers hij schrijft in zijn brief aan de Galaten, er van overtuigd te zijn, dat zij alles voor hem over hadden. „Ik geef u getuigenis, dat gij, zoo het mogelijk ware, uwe oogen zoudt uitgegraven en mij gegeven nebben" (4 : 15.), wat toch nauwlijks zin zou hebben, wanneer Paulus aan nieuwe oogen geen behoefte had gehad. En als hij op het eind van zijn brieven, die hij altijd dicteerde, de pen uit de hand van zijn secretaris overneemt om zelf nog een groet aan de gemeenten te sturen, dan schrijft hij met groote letters, als iemand die heel slecht ziet. „Zie met hoe groote letters ik u eigenhandig -schrijf." (Galaten 6 : 11, vertaling Brouwer).

Maar wat die doorn in het vleesch dan ook is (er worden n.1. ook andere verklaringen van gegeven, maar ik mag bij dit voorbeeld niet langer blijven stilstaan) — het is in elk geval een bitter lijden, waarvan de apostel den zin wil verstaan. En dien verstaat hij ook. Het is — zoo zegt hij — „opdat ik mij niet verheffen zou." Paulus had vele gaven en voorrechten ontvangen; hij zou daardoor anders gemakkelijk overmoedig kunnen worden. Maar nu grijpt God in zijn leven in en God houdt hem klein. Door het lijden is het, dat hij zich zwak en volkomen afhankelijk weet. En naar de mate, waarin hij zichzelf zwak voelt, wordt voor hem de genade van God, die zich van hem bedienen wil, grooter en Wonderlijker. Hij verstaat wat God hem in dit lijden te zeggen heeft. God zegt: „Mijne genade is u genoeg." En nu weet hij: „als ik zwak ben, dan ben ik machtig."

Het lijden had een zin en hij, de lijder, heeft dien zin begrepen.

Sluiten