Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i* de Heilige en wij zijn zondaars, en het: „o God, wees

mi] zondaar genadig" dringt zich naar voren.

Ik bedoel natuurlijk volstrekt niet te zeggen, dat het

altijd zoo gaat. Maar vaker dan men meenen zou, komt

er bij het nieuwe van het ziek-zijn ook een Voor velen

nieuwe inslag in het gedachtenleven, een ernst, waar

men bi] den gewonen gang van zaken niet aan toe

kwam, maar waartoe nu de gedwongen retraite den

zieke brengt. —

En dan is daar de lectuur.

Tal van menschen komen in het gewone leven aan lezen nauwlijks toe. Als men zijn werk heeft en zijn vrijen tijd grootendeels buitenshuis doorbrengt, dan komt men met lezen niet verder dan een vluchtigen blik in de krant.

Als men ziek wordt, denkt men veel te lezen. Nu zal men de schade eens inhalen, nu heeft men immers den tijd. Maar dat valt vaak bitter tegen. Men heeft er de kracht misschien niet toe, of de dokter verbiedt het als veel te inspannend of men heeft, nu het er toe zal komen, er zelf geen lust in. Maar als men aan het opknappen is en vooral als de retraite van het ziekbed langer duurt dan men gedacht had, dan grijpt men vanzelf naar boeken als welkome afleiding. Maar wat zal men lezen? —

Velen hebben daarbij leiding noodig. Ze hebben veel te weinig gelezen om een keuze te doen uit de verschillende mogelijkheden.

Ligt men in een ziekenhuis, dan krijgt men allicht aanwijzingen genoeg: de zusters spreken over boeken, die men vooral eens lezen moet. Maar als men in zijn eigen kamer ligt en op zichzelf en zijn huisgenooten is aangewezen — waar zal men dan naar grijpen? — Ge denkt misschien, dat ik nu aan zal raden veel „stichtelijke" lectuur te lezen. Daar wil ik straks ook

Sluiten