Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wist hij de meest fantastische personen van zijn vingers te maken, of tekende snel met inkt een gezicht op de palm van zijn hand' en liet het grijnzen, lachen of huilen, naar gelang hij de handspieren bewoog. Kortom het was een genot naast Bob Brender te zitten. Elk gemaakt stukje speelgoed uit zijn handen was een unicum en we verkwanselden er een lief ding voor

Op een dag kwam Bob Brender voor zijn doen keurig en zindelijk, vroeger dan gewoonlijk, op school. Zijn gezonde blos echter was verdwenen, hij werkte of zijn leven ervan afhing, maakte geen enkele fout, kende zijn les uitnemend, het werd angstig. Er was iets met Bob niet in orde, zelfs de strenge Vermeer keek verschillende malen bezorgd van zijn stapel corrigeerwerk, Bobs kant op. In de „uitspanning" misten we iets, Bob was niet met z'n gewone vuur bij het spel en de leiding Werd slap; het werd niets.

Dat ging zo enkele dagen. Niemand, dorst hem erover te vragen, dat deed je niet, maar een zekere beklemming beving de hele school, tot het kwam.-

Bij het uitgaan van het twede kwartier bleef Vermeer bij zijn bank staan, Bob speelde niet mee, bleef in het lokaal voor zich uitstaren. Toen legde Vermeer zijn hand op Bobs schouder en vroeg:- „Zeg het maar jongen, wat scheelt eraan. Het is toch zeker niet om de pluim die je de laatste dagen zo hebt verdiend!"

Toen was het geen Bob meer. „Weg ermee!", viel hij ruw uit en gooide zich onverwachts voorover op de lessenaar. Het hoofd drukte hij in z'n armen en het hele lichaam schokte van ingehouden snikken, de wanhoop nabij.

Later hoorden we het, Bob was door Vermeer naar huis gezonden, zijn moeder was ernstig ziek, al een tijd. Nu moest ze naar het hospitaal en de dokter had haar reeds opgegeven! Arme Bob Brender, wat waren we er allen ellendig onder, de hele school van de grootste tot de kleinste toe.

„Zou er nu helemaal geen hoop meer voor haar zijn" had hij Vermeer angstig gevraagd, „dat kan ik niet geloven, wil ik ook niet geloven, al zeggen ze het allemaal, maar het is zo vreselijk haar te zien lijden. Als ze er eens niet meer zou zijn kan ik haar nooit vergeten en het mezelve nooit vergeven, dat-ik zoon prul ben en haar verdriet deed mét m'n slechte leren"

Sluiten