Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twijfel.

Het gebeurde eens, dat ik met een kennis sprak en direct moest denken aan wat Jezus zèide tot Thomas, die pas nadat hij zich overtuigd had van de echtheid der lidtekens in de handen ^ en zijde van onzen Heiland, uitriep: „Mijn Heere en mijn God", waarop Jezus antwoordde: „Omdat gij Mij gezien hebt Thomas, zo hebt gij geloofd".

Die kennis was net zo als de ongelovige Thomas uit de bijbel. -Hij had veel narigheid gehad, veel verdriet in zijn gezin. Op mijn vraag of hij zich niet getroost kon voelen, door te bedenken dat alles in Gods hand is, ook dat wat ons zo droevig en verdrietig toeschijnt, was zijn antwoord: „Getroost? hoe kan ik nu troost vinden bij een God, die zó wreed is, dat hij mij dit alles laat overkomen?" Waarom ik en een ander niet, noem je dat een god van liefde?"

Toen werd het mij heel droef te moede; ik denk ook wel dat er onder de lezers van dit schetsje zullen zijn die of juist zó zullen denken, of misschien vroeger zo gedacht hebben en zich daardoor afgewend hebben van God.

Ik zeg dit zo, omdat ik vroeger net zo dacht; ook ik was toen in opstand tegen alles wat niet ging naar mijn zin en mijn wil. Nu heb ik het echter begrepen, nu staat het Waarom me klaar en helder voor de geest.

Indien we nl. zo redeneren als boven, dan begaan we één grote fout en dat is: we bekijken het van onze zijde, dus van de menselijke kant en denken niet een ogenblik aan God. We nemen niet aan dat wat ons overkomt goed is en het enige juiste voor ons, omdat we het niet begrijpen. We zijn toch maar mensen en immers niet in staat om Doven de goddelijke wil uit te zien en wel omdat die veel te hoog boven ons verheven is. Evenals Thomas niet geloofde, dat Jezus inderdaad was opgestaan, zo geloven wij niet, dat onze weg de enige juiste is, die we gaan moeten, omdat we het doel niet zien, omdat dit voor ons verborgen ligt in de toekomst.

„Zalig zullen zijn zij die niet gezien hebben, maar nochtans zullen geloofd hebben", zegt Jezus daarna.

Sluiten