Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar, trots de schokken onzes trjds,

Dat triomfante Schotje Maakt met partijgeest en behoud

Een gruwelijk complotje!

Al is 't een gruwel in ons oog,

Wat namen wij nog dragen, Al kan dat onverwrikbaar ding

Geen Christenziel behagen:

Al werd het zesmaal ridikuul, Sinds ééntjen — o die stouter t! —

Met vluggen, vrijen, fleren moed, Er over is geklauterd: —

Het staat, het scheidt en scheurt, ten schand

Van waarheid en verlichting! Dat Schot jen is — een formulier,

Dat Schot jen is — een richting!

Het heeft een kop, het heeft een ziel, Staat, vrinden, niet verwonderd!

Ja, in dat Schotje huist een ziel, De geest van zestienhonderd!

Een schalke Dortsche Grootpiepa,

Zit in dat schot verstoken, Die bij zijn leven tien uur ver

De ketters heeft geroken!

Hij klemt de rotte planken vast

Van 't waggelende muurtje, Dat haast bij 's mans papieren dam

Moog' knetteren op mijn vuurtje.

Sluiten