Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xv

Ben (orthodox) hoofd eener school schreef aan Ds. Coolsma, d.d. 22 Febr. 1939: Hooggeachte Dominé,

Wegens lessen, die pas om 9 uur eindigen, kan ik morgenavond met aanwezig zijn bij de samenkomst in de A-kerk, die, naar ik hoop, zal slagen. Als voorstander van „geestelijke herbewapening" heeft ze mijn volle belangstelling en instemming. Met beleefde groeten.

Uw dw

PERSBEOORDEELINGEN VAN DEN AVOND Onze Groningsche muziekmedewerker schrijft ons: Over het groote keizerrijk Indië heerschte in de 3e eeuw voor Christus, 'n keizer Asoka, die zijn principes voor zijn volken o.a. bekend maakte door middel van inscriptie's, geslagen in rotsen en op steenen pilaren in de meest bezochte deelen van zijn rijk. Daarin zHn zeker de meest grootsche gedachten, die ooit door menschen zijn voortgebracht, door de eeuwen tot ons gekomen. In een rots-edict bij Girnar, op een schiereiland tusschen de monden van Indus en Narada, ontwikkelt de keizer zijn ideeën over verdraagzaamheid. Asoka's meening is, dat de grootheid van een sekte niet afhangt van zijn uiterlijke houding, het getal volgelingen, maar van zijn innerlijke wezen, zijn levende beginselen. Deze zijn verschillend met de sekten, maar hij ontdekt de gemeenschappelijke wortel in hen alle, welke is: een ruime verdraagzaamheid, erkennende dat er is een element van waarheid in elke sekte, die te eerbiedigen is door alle sekten. Daardoor groeit zUn eigen sekte en bevordert hij de andere tevens.

Sluiten