Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorwoord

Een terrein waarop een Roomsch Christen en een Bijbelsch Christen elkander ontmoeten, is het goddelijk gezag dat beide aan de Heilige Schrift toekennen.

Voor beide is de heilige Schrift of de Bijbel het spreken Gods. Voor beide heeft de heilige Schrift goddelijk, dus onfeilbaar gezag.

Laat het nu waar zijn dat de Roomsche Christen buiten de Schrift dezelfde autoriteit toeschrijft aan hetgeen hij traditie noemt, dat is, naar hij beweert, ongeschreven goddelijke leer, die van de apostolische tijden af, van hand tot hand is overgeleverd, toch zal hij moeten toegeven, dat God zichzelf nooit tegenspreekt; derhalve zal hetgeen apostolische traditie genoemd wordt, nimmer mogen in strijd zijn met de heilige Schrift.

Indien de Roomsche Christenen konsekwent zijn en vasthouden aan de onfeilbaarheid der heilige Schrift, moeten zij verwerpen alles wat in strijd is met de leer der heiliae Schrift.

Wanneer een Bijbelsch-Christen een rechtmatig beroep doet op hetgeen de heilige Schrift leert, mag noch kan een konsekwent Roomsen-Katholiek dit beroep verwerpen.

Indien iemand een leer voorstaat, die de heilige Schrift tegenspreekt, ook al grondt hij ze op hetgeen hij apostolische, traditie noemt, zal hij ze moeten verwerpen, als hij buigt voor het goddelijk gezag der heilige Schrift.

Zoo niet, dan laat hij de onfeilbaarheid der Schrift los.

Deze voorafgaande bemerking acht ik noodig met het oog op hetgeen wij hier willen bespreken.

Sluiten