Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een levensvraag.

Een levensvraag zoowel voor Roomsche als Protestantsche geloovigen is deze: hoe bekom ik, op grond van het spreken Gods, vergeving van mijne zonden en het eeuwige leven.

Wij willen nagaan welk antwoord beide op deze vraag geven, niet slechts theoretisch, maar ook in de praktijk van hun leven.

Beide erkennen in de eerste plaats, het bestaan der erfzonde.

Op de vraag: hebben alle menschen in Adam gezondigd, vindt gij in den Roomsche Catechismus dit antwoord: ja en daarom worden zij allen in doodzonde geboren; terwijl de Protestantsche geloovige in zijn Catechismus leert dat de zonde van Adam ons zoo aangaat, dat wij allen als gevolg daarvan in zonde ontvangen en geboren worden.

Beide erkennen insgelijks de dadelijke zonden, dat is, daden, waardoor wij persoonlijk Gods geboden overtreden.

Hoe worden deze zonden nu vergeven?

De Roomsche Christen antwoordt, allereerst door het eerste en noodigste sacrament, te weten, het Doopsel.

Op de vraag, waarom is het Doopsel noodig om zalig te worden, vindt de Roomsche Christen dit antwoord in zijn Catechismus: omdat Christus gezeid heeft, dat men in het rijk Gods niet kan komen, tenzij men herboren worde door het water en den heiligen Geest, dat is, tenzij men gedoopt worde.

Hier wordt gedoeld op het onderhoud van Jezus met Nicodemus, (zie Johannes Evangelie 3e hoofdstuk) tot wien Hij zeide: voorwaar, voorwaar zeg ik u, zoo iemand niet geboren worde uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.

De Roomsche uitleg der heilige Schrift beschouwt het reinigende water niet slechts als teeken en zegel van de afwassching der zonde door Jezus Christus en van de vernieuwing door den heiligen Geest, maar verklaart dat de afwassching of besprenging met het water het door God ingestelde en noodzakelijk vereischte middel is om herboren te worden.

De Bijbelsche geloovige vindt het jammer, dat de Roomsche Catechismus, die zich op de Schrift beroept, niet opge-

Sluiten